Kerkewijk 65, 3901 EC Veenendaal, Nederland
(+31)085-1302162

Wie comedian wil worden begint bij de open mic. ‘Als het misgaat, kunnen vijftien minuten een eeuwigheid duren’

Harry Hol (45) is vaker doodgegaan, maar die keer in Theater de Meervaart in Amsterdam was verreweg het pijnlijkst. ‘Geen enkele grap sloeg aan. Op de eerste rij zat iemand die mij recht in de ogen keek, een facepalm deed en zijn hoofd schudde. Die avond heb ik thuis een fles wijn opengetrokken. De volgende ochtend had ik een enorme kater en vertelde ik een bevriende komiek wat er gebeurd was. Hij zei: ‘En nú ben je een comedian.’

Deze zaterdag, de dag na Koningsdag, reisde hij twee uur met het openbaar vervoer voor een stand-upoptreden van 8 minuten in het Torenlaan Theater in Zeist. Straks moet hij nog twee uur terug, maar dat deert hem niet. ‘Het is een handicap om uit Kampen te komen, maar ik heb het er ontzettend voor over.’ Hol, freelance journalist, wilde al van kleins af aan comedy proberen. Zijn vriendin hoorde dat jaar in jaar uit aan en deed hem drie jaar geleden voor zijn verjaardag een schop onder zijn kont cadeau, in de vorm van een cursus stand-upcomedy. Die mondde uit in een eerste optreden. Sindsdien stapt hij gemiddeld een keer per week in de trein voor een open podium, zoals Zeist Lacht.Waar begin je als je comedian wilt worden? Bij zo’n avond dus, het begin aller beginners, ook wel ‘open mic’ genoemd. Om oefening podiumkunst te laten baren, hebben comedians nu eenmaal een microfoon en publiek nodig. Nieuwelingen of opkomende comedians mogen vijf tot acht minuten hun gang gaan. Voor meer ervaren comedians zijn open mics een mogelijkheid om in een kwartier tot twintig minuten nieuw materiaal te testen. Toeschouwers zien pogingen die glorieus kunnen slagen of gruwelijk mislukken – het is rocken of doodgaan, in comedytermen.

<strong>Waar te beginnen?</strong>

De eerste proeve van bijna iedereen met comedyambitie is het open podium, soms na het volgen van een cursus. Open mics voor stand-uppers worden door het hele land georganiseerd in cafés of kleine theaters. Avonden waar kleinkunstenaars terechtkunnen zijn dunner gezaaid. Beginners spelen meestal acht minuten tot een kwartier. Een vergoeding is niet beschikbaar.

Een volgende stap kan meedoen aan een wedstrijd zijn. Wedstrijden als het Griffioen/Zuidplein Cabaret Festival of de Comedy Talent Award richten zich op het ontdekken van comedy- en cabarettalent en zijn een springplank naar de grotere festivals. Hetzelfde geldt voor het Groninger Studenten Cabaret Festival en het Amsterdams Studenten Cabaret Festival. Kom je een eind in die wedstrijden, dan krijg je begeleiding van een regisseur en ga je op finalistentour door het land.

Het is verstandig om pas in een later stadium deel te nemen aan (een van) de grote drie: Cameretten, het Leids Cabaret Festival en het Amsterdams Kleinkunst Festival. Wie auditie wil doen voor het bekende comedygezelschap Comedytrain moet hebben opgetreden bij het open podium van thuisbasis Toomler in Amsterdam. Degenen die doorstoten naar de beroepspraktijk verbinden zich aan een impresariaat.

‘Hartstikke zenuwachtig’, is Hol, maar hij weet inmiddels hoe hij dat voor de vijftig mensen in de zaal moet verbergen. ‘Het belangrijkste is dat zij het gevoel hebben dat ik volkomen op mijn gemak ben, anders gaan ze zich plaatsvervangend zitten schamen.’ Driekwart van zijn grappen heeft hij pas gisteren geschreven. Collega-comedian Marc van Gestel (50) filmt zijn optreden – ze kennen elkaar van de stand-upcursus – zodat hij het thuis nog eens kan bekijken.

Het Torenlaan Theater, een oud kerkgebouw, heeft een knuskneuterige zaal vol paarse jarentachtigstoelen, een schaal met koekjes op de bar en gepensioneerde vrijwilligers met vlinderdassen in de bediening. Iedereen die vanavond in de line-up staat, heeft vaker opgetreden. Absurdist Oscar Arnold (34) is vier jaar op weg en schaaft aan zijn zogenoemde Einde-van-de-wereld-conference. Cabaretier Pieter Jouke (44) speelde al vier avondvullende voorstellingen en probeert vanavond de eerste overpeinzingen uit voor zijn nieuwe programma, dat begin volgend jaar in première gaat in De Kleine Komedie.

Oscar Arnold
Hol: ‘Als gearriveerde comedians vertellen over de keren dat ze in een vage kroeg dood stonden te gaan voor drie man publiek, weet ik precies hoe ze zich voelen. En waarom het dan tóch altijd de moeite waard is.’ Maar liever dan naar ‘zo’n café waar de helft van de aanwezigen oplet en de andere helft denkt: hou je bek, ik sta hier dronken te worden, wat soms letterlijk naar je wordt geroepen’ komt hij naar de avonden die worden georganiseerd door Said el Hassnaoui (34), een innemende zaalinpakker met pretogen. Hij zette zijn eigen evenementenbureau AOT Events op en wordt deze week beëdigd als raadslid van de gemeente Veenendaal.

Zijn eigen ervaring als stand-upcomedian in zulke kroegen, ‘op een kruk naast de wc-deur’, motiveerden El Hassnaoui om zelf te voorzien in de behoefte aan de betere try-outplekken. Naast Zeist Lacht organiseert hij ook Utrecht Lacht, Den Haag Lacht, Zetten Lacht, Den Helder Lacht, Antwerpen Lacht, Enschede Lacht, Oosterhout Lacht, en ga zo maar door – gemiddeld vier avonden per week in cafés en kleine theaterzalen. De helft van de keren praat hij ze zelf aan elkaar als MC WestSaid. De randvoorwaarden moeten goed zijn, vindt hij. Entree vragen, ook al is het een klein bedrag, zorgt voor een publiek dat zin heeft in een avond comedy.

Zijn line-ups stelt hij samen uit aanmeldingen op zijn geheime Facebookpagina, met ongeveer 500 leden. Lid worden van de groep kan alleen via hem. ‘Iedereen die begint met comedy en googelt op ‘open podium’ of ‘open mic’, gekoppeld aan een stad, komt vroeg of laat bij mij terecht.’

Said el Hassnaoui

Onder de comedians in zijn netwerk zijn er maar een paar die van optreden kunnen leven. ‘In het begin ben je alleen maar in jezelf aan het investeren. Je verdient niks en het kost bakken met tijd. Ik ging vier keer per week naar open mics in Nederland en België. Als ik niet zelf optrad, ging ik bij anderen kijken. Alles om te leren en beter te worden.’

De meesten circuleren een paar jaar in het open-miccircuit voordat ze via een festival, comedygezelschap of impresariaat hogerop komen. Sommige amateurs zijn ‘supergoed’, vindt El Hassnaoui, maar zullen nooit een pro worden. Er zijn ook types van wie hij denkt dat ze beter kunnen stoppen, maar hij is de eerste om toe te geven dat hij het weleens verkeerd ziet. ‘Toen Oscar Arnold begon, ging hij constant dood. Hij kreeg zelden een lach, en dat twee jaar lang. Kap gewoon, dacht ik op een gegeven moment. Dat weet hij ook, dat ik er zo over dacht. Maar toen, op een avond, brak hij in Zandvoort ineens de hele zaal af. Dat was zó mooi.’

Voor Arnold (34) was het een bevrijding, het moment dat hij ontdekte dat hij een geliefd podiumpersonage te pakken had: een droge, slome duikelaar met autistische trekjes en een absurde kijk op de wereld. Arnold rondde een bachelor fiscaal recht af, maar wist zeker dat hij nooit belastingadviseur wilde worden. Ook geen administratief medewerker trouwens, de baan die hij nu heeft, maar dat is nu eenmaal goed te combineren met optreden. Twee jaar geleden sloot hij zich aan bij het kleine impresariaat Grappige zaken. Dat regelt optredens voor hem in theaters zoals het Amsterdamse Betty Asfalt Complex, waar hij deze maand drie kwartier van zijn Einde-van-de-wereld-conference-in-wording speelde.

In de sfeervolle zaal van dat theater probeert Janneke de Bijl (36) half mei liedjes uit voor haar debuutvoorstelling Zonder zin kan het ook. Ze won afgelopen jaar de jury- en publieksprijs van het cabaretfestival Cameretten. Een jaar eerder werd ze toegelaten tot Comedytrain, het comedygezelschap van onder meer Theo Maassen, Tim Fransen, Daniël Arends, Najib Amhali, Sanne Wallis de Vries, Patrick Laureij en Henry van Loon.

Haar eerste optreden ooit was bij het open podium in Toomler, de thuisbasis van Comedytrain. Nu zou ze iedereen afraden om op die gewijde grond te beginnen, maar wist zij toen veel. ‘Toomler was het enige comedycafé dat ik kende.’ Die eerste keer ging voor haar gevoel zo slecht dat ze daarna een jaar moed moest verzamelen om het nog eens te proberen.

Inmiddels weet ze dat iedere beginner vroeg of laat tegen dezelfde blokkade aanloopt: ik wil iets dat niet leuk meer is, voor niemand niet, moet ik hier wel mee doorgaan? ‘Cabaretier Martijn Koning van Comedytrain kwam naar me toe, na weer een slecht optreden. Hij zei: ‘Ik herken dat wel hoor, het gevoel dat je denkt: het zou niet héél erg zijn als Toomler nu zou afbranden.’ Dat was wel even fijn om van hem te horen.’

En toch, zegt ze, ondanks het feit dat iedereen in hetzelfde schuitje zit of heeft gezeten, blijft het een eenzaam en dikwijls frustrerend traject. ‘Je moet door een dal om verder te komen, maar niemand kan jou beloven dat je er ooit uitkomt. Gelukkig gebeurde dat bij mij toch en werd het steeds leuker.’

In de line-ups van open podia is De Bijl geregeld de enige vrouw. ‘De stand-upwereld is een mannenbolwerk. In het begin heb je als vrouw de verwachtingen tegen je, maar later kan het ook in je voordeel werken; als je goed gaat, val je sneller op. ‘Normaal vind ik vrouwen niet grappig, maar jou wel’, zeggen mensen vaak. Ik vond dat lange tijd een stomme opmerking, maar tegenwoordig zie ik het anders. Het is gewoon een compliment: diegene vond mij dus goed.’

Het publiek bij de Open B.A.C. is warmer dan bij veel andere open mics, merkt De Bijl, daarom komt ze er graag. Een ontvankelijk publiek is belangrijk, vindt organisator Ben Lansink (64). ‘Kom maar op, laat maar zien wat je kunt, wij zullen je in principe met een warm hart ontvangen. Ik hoop natuurlijk dat het publiek een fijne avond heeft, maar ik sta altijd aan de kant van degenen die het lef hebben om te komen optreden.’

Bij het open podium van het Betty Asfalt Complex is naast stand-up ook alle ruimte voor theater, muziek en kleinkunst. Een goochelaar is er evengoed welkom. Lansink: ‘Ik ben het gelukkigst als ik minstens vier disciplines in de line-up heb.’

Hij programmeert het open podium sinds 1988, toen het nog Open BAK heette en plaatsvond in theater De Engelenbak. De liefde is groot. ‘Ik ben enorm aan het open podium gehecht. Sommige mensen zeggen: verslaafd. In het hele gebouw dat talentontwikkeling heet, zijn wij de onmisbare laagste trap. Je hoeft geen vooropleiding te hebben of auditie te doen, iedereen die zich bij mij opgeeft krijgt vijftien minuten en mag daarmee doen wat hij of zij wil. Dat is spannend en leidt soms tot tenenkrommende taferelen, maar ook tot mooie, hilarische optredens. Er gaat geen avond voorbij zonder dat ik verrast ben.’

Lansink heeft in de afgelopen dertig jaar ‘een enorme opkomst’ van het fenomeen stand-upcomedy meegemaakt. ‘Echt, ik heb zo veel slechte stand-upcomedy gezien. Het verraderlijke is dat het er zo makkelijk uitziet. Maar grappig zijn aan de bar is iets anders dan grappig zijn op het podium. Als het misgaat, kunnen vijftien minuten een eeuwigheid duren.’

Het optreden van Harry Hol in Zeist ging goed. Erger dan duizend doden sterven in het theater, was wat hem betreft toch wel dit scenario geweest: doodgaan zonder te weten hoe groot de kick is wanneer je als beginnende stand-upper een zaal vol onbekenden aan het lachen krijgt. ‘Ik ben realistisch: ik ben 45 en heb nog veel te leren, hoe groot is nou de kans dat ik nog volle zalen ga trekken? Er is letterlijk niemand die erop zit te wachten dat ik het podium op ga. Maar het gevoel als het desondanks lukt om het publiek te veroveren, is geweldig.’

Kijken of meedoen?

De meeste open podia hebben een zomerstop in juli en augustus. Een paar terugkerende avonden om te onthouden voor het nieuwe theaterseizoen:

– Toomler, Amsterdam, elke dinsdag.

– Comedyhuis, Utrecht, elke dinsdag.

– Open B.A.C. Betty Asfalt Complex, Amsterdam, elke dinsdag (8 januari 2019 de 1500ste editie in het DeLaMar).

– Comedy Café, Amsterdam, elke woensdag.

– AOT Events organiseert wekelijks open mics door heel Nederland. Voor data zie aotevents.nl.

<strong>Zo begonnen zij</strong>

Micha Wertheim (45)
Speelt komend seizoen zijn negende avondvullende voorstelling Micha Wertheim Voor Alle Duidelijkheid.
Eerste keer ‘Een vriend had me opgegeven voor het open podium in Toomler. Na afloop kwam Raoul Heertje naar me toe. Hij gaf me zijn kaartje en zei: ‘Je moet zeker auditie komen doen voor Comedytrain.’ Die auditie, een paar maanden later, ging heel moeizaam. Een jaar verder, in 1998, werd ik wel aangenomen. Ik denk dat het die allereerste keer zo goed ging omdat ik geen idee had wat ik deed en er niets op het spel stond. Het heeft me jaren gekost om met hetzelfde vrije gevoel op het podium te staan.’
Mijlpaal ‘Drie jaar na dat eerste optreden had ik op een avond een veel te net pak aangetrokken dat helemaal niet bij mij paste en stond ik met een soort fuck you-houding op het podium. Wacht eens even, dacht ik, als ze me toch allemaal haten, kan ik net zo goed een totale idioot zijn. Als ik niet alleen uitstraal dat ik arrogant ben, maar ook laat merken dat ik dat zelf door heb, vinden mensen mij wél leuk. Dat was een belangrijke les. Je moet je altijd realiseren dat een zaal liever kijkt naar iemand die mislukt is en dat toegeeft, dan naar iemand die niet goed gaat maar vindt dat-ie het wel kan.’
Doodgaan ‘Ook nadat ik was aangenomen bij Comedytrain heb ik nog vaak meegemaakt dat het publiek al in de eerste minuut besloot niet met mij mee te gaan. Als je het in die eerste minuut verpest, moet je van goeden huize komen om de zaal terug te krijgen. Ik was lang die persoon waar iedereen na afloop met een grote boog omheen liep.’
Tip ‘Als je alleen maar grappig wilt zijn, word je voor je publiek snel saai. Vertel waar je echt boos, verbaasd of verwonderd over bent, ook als dat niet grappig is. Het gaat meestal mis als het publiek voelt dat je iets van hen wilt in plaats van dat je iets komt geven. Je moet niet willen dat de zaal lacht, je moet niet bewonderd willen worden, je moet niet willen dat het publiek met je naar bed wil; je moet iets willen vertellen waar je niets voor terug hoeft.’

Alex Ploeg (32)
Debuteert met zijn voorstelling Ultimatum.
Eerste keer ‘Dinsdag ging mijn relatie uit, donderdag stond ik op het open podium van Crea, het cultureel studentencentrum van de Universiteit van Amsterdam. Ik was 23 en al eens gaan kijken bij de open podia van Toomler en het Comedy Café, maar het leek me beter om laagdrempelig te beginnen. Het ging best goed. Ik voelde me thuis op het podium en kreeg een paar keer een harde lach, maar durf te wedden dat ik mijn optreden, als ik het nu zou terugzien, onwijs gênant zou vinden.’
Mijlpaal ‘Voor het eerst 50 piek betaald krijgen voor een optreden was een mijlpaal. In 2011 won ik de jury- en publieksprijs op het Amsterdams Studenten Cabaret Festival en een jaar later het Griffioen/Zuidplein Cabaret Festival. Wedstrijden zijn een punt om naartoe te werken, dat kun je als beginner wel gebruiken.’
Doodgaan ‘Ik herinner me een keer in het Comedy Café. Het was helemaal stil in de zaal toen ik iemand achterin ‘next!’ hoorde roepen. Op dat moment is het heel naar, maar het veroorzaakt wel iets belangrijks: je wordt gedwongen om je materiaal aan te scherpen. Comedy is growing up in public, je moet publiekelijk kut zijn. Het is een beetje als met judo: je leert hoe je jezelf moet opvangen als je valt. In het begin zag ik de mensen denken: deze gast is niet grappig. Als mijn grappen niet werkten, voelde dat als een diskwalificatie van mijn hele persoon.’
Tip ‘Er zijn veel podcasts en YouTube-video’s waarin comedians over hun proces praten. Leerzaam, maar alle lessen die ik hoorde ben ik pas gaan begrijpen toen ik ze zelf ondervond. Dus: vlieguren maken. Niet te streng zijn voor jezelf, tot je wat vaker hebt gespeeld. Niet verwachten dat progressie lineair is. Soms zet je twee stappen vooruit en dan weer één terug, soms ben je een half jaar niet zo goed. Neem de tijd om uit te vinden wat jou anders maakt dan die andere twintigers die ook in een T-shirt op het podium staan. Bijna iedereen die ik goed vind, heeft er tussen de acht en tien jaar over gedaan om zichzelf te worden op het podium.’

Johan Goossens (35)
Gaat vanaf oktober in reprise met Vlam.
Eerste keer ‘Het UvA Cultureel festival in Amsterdam. Ik was erg onder de indruk van de andere deelnemers, in de kleedkamer al. Ze konden allemaal beter gitaar spelen, en sommigen waren helemaal niet zenuwachtig. En toen moest ik ineens gaan soundchecken. Ik wist helemaal niet wat dat was. ‘Wat raden jullie me aan?’, vroeg ik de geluidstechnici na een paar akkoorden te hebben gespeeld. Ik zag de een naar de ander buigen en tot op de dag van vandaag weet ik zeker dat hij fluisterde: ‘Stoppen.’’
Mijlpaal ‘In 2006 won ik de juryprijs, de publieksprijs en de persoonlijkheidsprijs op het Groninger Studenten Cabaret Festival. Dat was een bevestiging, maar ik vond optreden nog jarenlang doodeng.’
Doodgaan ‘Toen ik toerde met mijn tweede programma voelden veel avonden niet goed. Bijna iedere avond droomde ik dat ik voor een zaal stond vol mensen die met tegenzin zaten te lachen. Mijn grootste angst bleek niet dat mensen niet zouden lachen, maar dat ze zichtbaar zouden lachen uit medelijden. Pas bij mijn derde programma vond ik het applaus terecht.’
Tip ‘Je tekst is het minst belangrijk. Op het podium gaat het om emotie en lichaamstaal. Ik heb er lang over gedaan dat te begrijpen. En het is oké om zenuwachtig te zijn, heel zenuwachtig zelfs. Als je niet zenuwachtig bent, onderschat je het. Als een beginner nu zegt dat hij niet zenuwachtig is, neem ik diegene niet eens serieus. Ik presenteer soms het open podium in Toomler en pik de gekkies er altijd meteen uit. Tot op het moment dat ze op moeten zitten ze lollig te doen met vrienden – ze nemen vaak dertig man mee. Beginners die het serieus aanpakken komen meestal alleen. Er zijn drie soorten beginners: mensen die het kunnen, mensen die het kunnen leren en mensen die het nooit gaan leren. Die laatste categorie blijft vaak lang met een bord voor de kop lopen, zo niet voor altijd.

Gerelateerde berichten